Spelopvatting: Mourinho of Van Gaal? 4


Update – 14-07-2016: Auteur Marnix Zoutenbier heeft een reactie geschreven naar aanleiding van de ingezonden reacties

De EK-wedstrijd Portugal – Kroatië (25-06-2016) wordt alom gezien als een oersaaie wedstrijd. De teams toonden beide weinig initiatief. Uiteindelijk won Portugal door een doelpunt kort voor het einde van de verlenging. ‘Resultaatvoetbal’ wordt dit genoemd. Het is waarschijnlijk ingegeven doordat de teams sterk aan elkaar gewaagd zijn. Loont het als je deze strategie tijdens een heel seizoen hanteert en waarbij je uitgaat van krachtsverhoudingen op basis van begrotingsverschillen tussen clubs? Gastauteur Marnix Zoutenbier heeft gekeken welke conclusies je hierover voor tien seizoenen Eredivisie  kunt  trekken .


Auteur: Marnix Zoutenbier – Principal Consultant – CQM BV (Consultants in Quantitative Methods)

Voetbalfans zien het liefst attractief aanvallend voetbal in de Hollandse traditie van Cruijff en Van Gaal en we zien liever niet de Portugese Mourinho-bus voor de goal van onze favoriete club verschijnen. Van Gaal heeft die aanvallende belofte bij Manchester United niet in kunnen lossen. De oplossing van Manchester United is om de bij uitstek verdedigende coach Mourinho aan te trekken. Is dat een verstandige keuze?

Voetbalstrategie

Voetbalstrategie lijkt tegenwoordig hogere wiskunde. Trainers en analisten hebben ieder hun eigen theorie en spelopvatting. Die zijn vaak ondoorgrondelijk. Wat kunnen we écht te weten komen als we voetbalresultaten analyseren?


Op zoek naar bewijs – een eerste stap

Is er eigenlijk enig bewijs dat verdedigend voetbal tot betere resultaten leidt? In dit pamflet kijken we naar de eindstand in de Eredivisie over de laatste 10 jaar. We constateren dan dat

  1. Begrotingen bepalend zijn voor de eindrangschikking
  2. Voor teams die in de middenmoot eindigen, de begrotingsrangschikking flink kan afwijken van de positie in de eindstand.
  3. De clubs die het vaakst hoger eindigen dan op basis van hun begroting verwacht, typisch niet bekend staan om hun verdedigende spel.

In het vervolg licht ik dit toe.


Begroting en eindrangschikking – een verband

We hebben voor de competities van 2005/2006 tot en met 2014/2015 de eindstand in de eredivisie verrijkt met de begrotingen van de teams die deelnamen[1]. Omdat er ieder jaar 18 teams deel hebben genomen aan de competitie hebben we hiermee 180 waarnemingen.

[1] De begrotingen komen van Wikipedia en uit krantenartikelen. Voor RBC in 2005/2006 is geen begroting bekend. We hebben deze geschat op 5 miljoen euro. Voor de analyse is alleen relevant dat dit de laagste van dat competitiejaar is. Dat is zeer aannemelijk.

In Figuur 1 staat weergegeven voor alle 18 teams in de 10 competitiejaren wat de begrotingsranking is geweest en wat de positie in de eindrangschikking is geweest. De correlatiecoëfficiënt tussen deze 2 grootheden is 0.81. Dat sluit aan bij wat we in Figuur 1 zien: teams met een hogere begroting eindigen in doorsnee ook hoger in de eindrangschikking maar er wordt ook, zij het binnen grenzen, afgeweken van deze vuistregel.

Figuur 1. Relatie tussen positie op de begrotingsladder en de positie in de eindstand van de competitie

Figuur 1. Relatie tussen positie op de begrotingsladder en de positie in de eindstand van de competitie

Er is dus een tamelijk sterk verband tussen begroting en positie in de eindstand. Vitesse en Feyenoord (beiden in 2010/2011) zijn voorbeelden van teams die in dat jaar verrassend laag zijn geëindigd. NAC is een voorbeeld van een team dat in 2007/2008 veel hoger eindigde dan verwacht kon worden op basis van de begroting.


Begroting en eindrangschikking – Kampioen, subtop, middenmoot, en kelder

In Figuur 2 hebben we voor iedere positie in de eindrangschikking gekeken naar de begroting van de 10 teams die in de gekozen competities op die positie zijn geëindigd. Op de verticale as staat het gemiddeld verschil daartussen uitgezet.

In Tabel 1 staat dat voor de teams die 12e zijn geworden in de eindstand uitgewerkt als voorbeeld.

SeizoenTeamEindstandRanking volgens begrotingBegroting
2005 – 2006RKC12158
2006 – 2007Vitesse12814
2007 – 2008Vitesse12814
2008 – 2009Willem II1212.513
2009 – 2010VVV12187
2010 – 2011Heerenveen12526
2011 – 2012Heracles1215.59
2012 – 2013Heracles12149
2013 – 2014Cambuur12184
2014 – 2015Cambuur12157

Tabel 1 De teams die 12e zijn geëindigd met hun ranking op begroting in het betreffende jaar. De begroting zelf in M euro’s is de laatste kolom in de tabel.


We zien bijvoorbeeld in Tabel 1 dat in 2010/2011 Heerenveen de 5e begroting had en toch slechts 12e is geworden. Dat is een verschil van 7 plaatsen in ranking. We zien bijvoorbeeld ook dat Willem II in 2008/2009 12e is geworden met de ’12.5e ‘ begroting. Dit laatste betekent dat er twee teams waren dat jaar met dezelfde begroting op (begrotings)plaats 12 en 13. Beiden krijgen dan 12.5 als begrotingsranking. Willem II eindigde dat jaar dus precies zoals verwacht op basis van begroting. Het gemiddelde (absolute) verschil over de jaren voor positie 12 in de eindrangschikking is gelijk aan 3.9 en dat is wat in Figuur 2 staat weergegeven voor alle posities van de eindrangschikking.

Figuur 2. Gemiddeld (over de competities van 20015/2006 t/m 2014/2015) de absolute afwijking van de begrotingsrangschikking ten opzichte van de eindrangschikking.

Figuur 2. Gemiddeld (over de competities van 2005/2006 tot en met 2014/2015) de absolute afwijking van de begrotingsrangschikking ten opzichte van de eindrangschikking.


We zien dus in Figuur 2 dat het verschil in begroting en eindrangschikking voor de kampioen en de nummers 2 tot en met 4 in de eindstand klein is: ploegen die hoog eindigen hebben altijd een hoge begroting. Ook zien we dat de nummer 18 typisch één van de laagste begrotingen in de eredivisie heeft. Maar we zien ook dat de teams die 5e tot en met 15e, 16e of 17e worden, op een erg afwijkende plaats op de begrotingsranglijst van dat jaar kunnen staan: de gemiddelde afwijking is groot! Met andere woorden, begroting heeft weliswaar een sterke relatie met positie in de eindstand, maar voor de subtop en middenmoot is die relatie veel minder sterk!


Welke clubs doen het vaak beter dan hun begroting?

We hebben dus gezien dat enerzijds begroting een relatie heeft met positie in de eindstand maar ook dat typisch in de grote middenmoot dit verband niet zo sterk is. In deze paragraaf kijken we welke teams in de afgelopen 10 jaar nu typisch hoger zijn geëindigd dan hun begroting zou voorspellen. In Tabel 2 staat de top-3 weergegeven.

TeamVerschil (gemiddeld)Aantal seizoenen
FC Zwolle5.23
Cambuur4.52
Heracles3.510

Tabel 2. Top 3 van teams die gemiddeld hoger eindigen dan hun begrotingspositie


Heracles, de outperformer!

We zien in Tabel 2 dat Zwolle over de drie seizoenen dat ze deelgenomen hebben aan de eredivisie in de afgelopen 10 jaar gemiddeld meer dan 5 plekken hoger is geëindigd in de eindstand dan verwacht mocht worden op basis van hun begroting. Een opmerkelijke prestatie! Cambuur heeft een vergelijkbare prestatie geleverd in de twee jaar dat ze in de eredivisie speelden. Dat maakt het contrast met de degradatie dit seizoen extra groot.

Misschien nog wel knapper is de prestatie van Heracles. Gemiddeld 3.5 plaatsen hoger geëindigd, iets minder dan Zwolle en Cambuur, maar wel over 10 seizoenen! Heracles slaagt er dus al 10 jaar achter elkaar in om structureel hoger te eindigen in de eredivisie dan op basis van hun begroting verwacht mag worden. Een fantastische prestatie!


En staat Heracles nu bekend om verdedigend voetbal?

Wij denken van niet. En Zwolle en Cambuur ook niet. Om nu te concluderen dat aanvallend voetbal tot betere prestaties leidt gaat te ver, maar op zijn minst kan de conclusie zijn dat we voorlopig nog geen bewijs hebben gevonden dat verdedigend voetbal tot betere prestaties leidt .

En daarmee, samenvattend,

Er is geen enkel bewijs dat verdedigend voetbal tot betere resultaten leidt. Ploegen kunnen dus beter een voor het publiek aantrekkelijke stijl kiezen. Dit biedt geen garantie voor succes, maar dat is de Mourinho-bus ook niet, en in ieder geval worden de fans dan vermaakt.


Vervolg

En wie kan ons helpen met aanvullende gegevens, bijvoorbeeld over trainers die deze teams getraind hebben in de afgelopen 10 jaar en hun typische stijl: aanvallend, neutraal, of verdedigend. Dat zou deze analyse nog echt een stap verder kunnen brengen! Reageer hieronder of neem contact op met theGreatMatch.com.


~~~~~

Reactie van Marnix Zoutenbier (auteur) op de ingezonden reacties (zie onderaan de pagina)

~~~~~


Food for further thought!

Marnix Zoutenbier, update 14-07-2016

Dank voor jullie interessante reacties op het artikel “Spelopvatting: Mourinho of Van Gaal?” op de theGreatMatch.com! Ik ga in op de verschillende reacties.


Data verzamelen – voetbal en reliability in de industrie

Jan-Willem Bikker koppelt promotie/degradatie aan het effect daarvan op de verzamelde gegevens. Die gegevens zijn incompleet omdat clubs die degraderen waarschijnlijk gemiddeld vaker, ook met inachtneming van een begrotingseffect, een zwak jaar draaien en het jaar daarop niet meer in de gegevens voorkomen. Als we de gegevens uitbreiden met ook de eindstanden en begrotingen in de eerste divisie, dan zouden we waarschijnlijk dit effect kunnen omzeilen. Wie zorgt er voor de gegevens? 😉

Een ander meer modelmatig punt dat mondeling is genoemd is het feit dat in absolute waarde de middelste begrotingen beduidend minder van elkaar afwijken dan de bovenste paar (Ajax, PSV bijvoorbeeld) van de rest. Dit zouden we kunnen onderzoeken door begrotingen niet volgens hun rangschikking maar volgens hun absolute waarde mee te nemen in de analyse. Om dit te concretiseren moeten dan wel een aantal meer technische aannames gemaakt worden (is het effect lineair of anders bijvoorbeeld?). Het zou wel aardig zijn om een aantal varianten eens op een rijtje te zetten.


Data scope – Premier League analyseren

Gerwin Tamminga benadrukt dat begrotingen gelukkig niet de enige bepalende factor en noemt daarbij de Engelse Premier League als voorbeeld. Inderdaad, een belachelijke begroting met als gevolg dat fantastische spelers het grote publiek onthouden worden omdat ze bij een topclub reserve staan voor een topsalaris, blijkt vaak tot minder succes te leiden dan gedacht. Ik zou me voor kunnen stellen dat het om die reden inderdaad interessant is om eens naar de Premier League te kijken maar ook om iets vergelijkbaars in de Champions League te doen. Ik heb de indruk dat voor de Champions League clubs er over het algemeen meer consensus is over het al dan niet aanvallende spel van de clubs dan in de nationale competities en dat dit ook wat structureler van aard is. Zo speelt Barcelona áltijd aanvallen en Atletico Madrid áltijd verdedigend.


Het effect van toeval

Dit is ook een aardig bruggetje naar de reactie van Arno van Eijnden: de spelregels zouden ook wel eens een effect kunnen hebben op getoonde spel. Het zou inderdaad interessant zijn om het gebruik en de effectiviteit van resultaatvoetbal te vergelijken tussen knock-out fase en poulefase. Als ik dat idee verder veralgemeniseer dan zou ik me voor kunnen stellen dat het ook interessant is om reguliere competities erbij te pakken. Het idee is dan dat naarmate toeval minder een rol speelt doordat de competitie over meer wedstrijden gaat, clubs daardoor wellicht te verleiden zijn tot meer aanvallend voetbal.

Daar komt dan nog het strategische aspect van poule-voetbal bij: clubs zouden hun speelwijze af kunnen stemmen op het beoogde eindresultaat in de poule. Een Nederlandse club kan typisch op een 3e plaats mikken en een Europese subtopper op een 2e plaats. Dat zou ook een effect kunnen hebben op het typr spel.


Het effect van kunstgras

René In ’t Veld legt de vinger op de zere kunstgras-plek. Een heet hangijzer in het voetbal en de positief genoemde clubs hebben allemaal al enige tijd kunstgras met Heracles ook als kunstgraspionier. Een interessante gedachte!

Ik denk dat de beste vergelijking in dit geval zou zijn om voor de genoemde clubs te kijken of zij beter zijn gaan presteren ná het aanleggen van kunstgras in vergelijking met de periode daaraan voorafgaand. En dan moeten we ook bedenken of er nog andere veranderingen zijn opgetreden bij die clubs en ook rekening houden met hun begrotingspositie in de jaren van analyse. Maar de focus in de analyse ligt dan op individuele clubs en hun ontwikkeling in de tijd. Zijn de gegevens in de mail wat dat betreft volledig?

Kortom, de gegevens zoals ze beschikbaar zijn of redelijkerwijs beschikbaar kunnen worden gemaakt, zullen het mogelijk maken om specifieke ideeën te objectiveren en te kwantificeren maar zullen vanwege de vele mogelijke invalshoeken nooit een volledige beschrijving van de dynamiek van competitievoetbal geven. Gelukkig maar!


De conclusie voor beleidsmakers, trainers, en supporters

Dat maakt het des te belangrijker dat beleidsmakers/trainers/etc hun eigen interpretatie kunnen blijven geven aan datgene wat in de data zit. En daarmee kunnen de goede clubs, ook met een lagere begroting, zich blijven onderscheiden van de minder goede clubs door boven verwachting te presteren. Ook als er steeds meer data en daarop gebaseerde resultaten beschikbaar komen!


Laat commentaar achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

4 Gedachten over “Spelopvatting: Mourinho of Van Gaal?

  • Jan Willem Bikker

    Leuk en interessant stukje Marnix!
    Bij het stukje over Cambuur kreeg ik het volgende idee – eigenlijk zou het mooi zijn om op een of andere manier met “censoring” moeten rekening houden: incomplete waarnemingen. Immers, clubs die het slecht doen gaan uit de ere-divisie en komen niet terug in de data. Waarnemingen zitten erin onder de conditie dat het in het voorgaande jaar niet zo slecht ging…
    Bijv Cambuur, die 2 jaartjes dat ze wel meededen deden ze het goed, maar al die jaren dat ze niet eens de ere-divisie haalden geven wellicht een ander beeld… Is het ook denkbaar om een analyse te doen met alle clubs? Met censoring technieken uit de reliability wereld misschien?

  • Arno van den Eijnden

    Interessant artikel!

    Ik kan me zo voorstellen dat het ‘resultatenvoetbal’ vooral zijn vruchten afwerpt in een knock-out fase van een toernooi (Champions league, EK, WK en dergelijke). Een tegendoelpunt is hierin in de meeste gevallen fataal, waardoor het wellicht meer loont om verdedigend te spelen. Dit terwijl in de groepsfase van een toernooi één slechte wedstrijd (met tegendoelpunten) nog opgevangen kan worden, omdat er meerdere wedstrijden worden gespeeld.

    Zou het interessant zijn de verschillen te meten tussen het gebruik en de effectiviteit van ‘resultatenvoetbal’ in wedstrijden in de poule fase in vergelijking met wedstrijden in de knock-out fase van voetbal toernooien?

  • Gerwin Tamminga

    Leuk artikel! Ben blij met de conclusie … pffft. Moet er toch niet aan denken dat het allemaal verdedigend wordt. Overigens zou ’t ook leuk zijn om een dergelijk onderzoek naar de Premier League te doen … zeker na afgelopen seizoen waarin de club met misschien wel de laagste begroting kampioen wordt. En volgens mij hebben clubs als Manchester City en United, Chelsea en … bewezen dat belachelijke begrotingen niet per sé tot succes leiden. Gelukkig maar.

  • Rene int Veld

    Mooi staaltje data analyse!

    Mij viel nog het volgende op:

    In de Nederlandse Eredivisie hebben een aantal clubs gekozen voor kunstgras:
    •    Heracles Almelo
    •    FC Dordrecht
    •    PEC Zwolle
    •    Excelsior
    •    SC Cambuur Leeuwarden
    •    ADO Den Haag
    •    Roda JC
    Is het toeval, dat de door jou geïdentificeerde outperformers Heracles, Zwolle en Cambuur op kunstgras spelen?

    Zie ook:

    http://www.volkskrant.nl/sport/-eredivisieclubs-vinden-kunstgras-oneerlijk~a3786913/

    De nr. 1 outperformer Heracles is ook de club die al het langste kunstgras heeft, nl sinds 2003.

    Misschien voer voor verdere analyse? Vooral omdat het niet zo duidelijk is wat de oorzaak is (Minder blessures? Beter gewend aan kunstgras dan de tegenstander?).