TV-presentator en voetballiefhebber Hans Kraay Jr.: “Vooruit voetballen!”


(update 18-01-2016: Johan Cruijff en Willem van Hanegem denken er net zo over als Hans Kraay Jr.: zie hier)

Hans Kraay Jr. en voetbal vormen een “Great Match”. De voormalig profvoetballer is een goede bekende in zowel de voetbal- als tv-wereld. Als trainer van zaterdaghoofdklasser DOVO (Veenendaal) is hij wekelijks aan de slag in het amateurvoetbal. Als tv-presentator volgt hij het nationale voetbal op de voet en hij geeft zijn mening aan de stamtafels van FOX Sports en Voetbal Inside.

Iemand die bij twaalf verschillende Nederlandse profclubs heeft gespeeld en in buitenlandse competities heeft gevoetbald (Canada, VS, Engeland, België) kun je met recht een ervaringsdeskundige noemen. Hoe kijkt deze veelzijdige voetbalman pur sang aan tegen de Nederlandse voetbalcultuur en voetbalontwikkelingen? In gesprek met Hans Kraay Jr. over zijn werkwijze als trainer en visie op het voetbal in Nederland.

Guido Budziak in gesprek met Hans Kraay Jr. over voetbalzaken.

Guido Budziak in gesprek met Hans Kraay Jr. over voetbalzaken.

Teamkwaliteiten

Hans Kraay Jr.: “Als trainer ga ik uit van de kwaliteiten van de spelersgroep en ik houd vast aan een herkenbare spelopvatting die in lijn is met de visie van de club. Tijdens mijn periode als trainer van FC Lienden kon ik gebruik maken van de sterke fysieke basis van het team. Daar had ik met name voorin een paar hele sterke jongens die goed konden duelleren. Bij DOVO zijn de spelers wat dat betreft verfijnder. Daarom is het voor ons belangrijk om het spel over de grond te spelen en dit goed uit te voeren.


Strakke passing

Een ongelooflijk belangrijk onderdeel hierbij is de passing. Dat is een stokpaardje van mij. Ik train voortdurend op het hard, strak en zuiver inspelen van de bal. Dat kan alleen als je de bal in het hart raakt, je lichaamshouding goed is en je standbeen goed staat. Strakke passing en een hoge handelingssnelheid is ook nog eens veiliger. Ga maar na. Iedere extra aanname of balcontact is een risico. De tegenstander heeft meer gelegenheid om te tackelen of te duelleren. Dan leiden we balverlies of er raakt een speler geblesseerd.


Abc’tje

De bal naar voren spelen is dus het uitgangspunt. Inspelen, kaatsen, bijsluiten. Bij een inspeelpass van een verdediger naar een onze aanvallers wil ik dat er altijd een 3e man bijsluit. De spits kan dan de bal laten vallen op deze 3e man. Deze staat vervolgens altijd met zijn aangezicht naar het doel van de tegenstander. Hij heeft het overzicht en kan vervolgens weer een pass naar voren geven. In de overige situaties waarin we balbezit hebben wil ik altijd dat spelers bij het eerste contact de bal ‘open’ staan zodat het tweede balcontact vooruit is. Of via een dribbel of via een pass.


BVO-opleiding

Mijn uitleg klinkt simpel maar zo eenvoudig is het natuurlijk in de praktijk allemaal niet. Niet bij ons maar zelfs op het hoogste niveau zie je dit soort zaken nog regelmatig mis gaan. Wat je bij een team als DOVO qua passing wel ervaart is het verschil tussen jongens uit de eigen opleiding en spelers met een betaald voetbalachtergrond. Kijk maar eens naar een speler als Bart van Brakel (FC Den Bosch, Cambuur) die nu bij ons voetbalt. Wat ik zojuist allemaal aangaf over juiste passing is voor hem een automatisme. Voor spelers die uit de jeugd van DOVO instromen (8 van de 20 spelers komen uit eigen gelederen) is dit een gewenningsproces. Die hebben hier echt de tijd voor nodig om dit onder de knie te krijgen.

Duidelijkheid – Bij DOVO hebben we drie trainingen per week. Dit aantal is te weinig om meer dan twee speelwijzen te trainen en die goed onder de knie te krijgen. Daarom ga ik uit van één vast spelconcept. Duidelijkheid is voor mij het uitgangspunt. Vasthouden aan een voorgenomen strijdplan. Ik heb niet zoveel met trainers die voorafgaand aan het seizoen stoer roepen dat ze ‘verzorgd en attractief voetbal willen spelen met druk naar voren’ en die als het even tegenzit het team verdedigender laten voetballen.

Ruimte in de rug

Bij DOVO hamer ik erop dat we met hele team bij balverlies direct druk vooruit zetten. Dat vinden de spelers weleens lastig en risicovol. Ik was zelf niet de allersnelste verdediger. Toch ging ik liever het duel aan op de middenlijn met 40 meter vrije ruimte in mijn rug dan dat ik in de eigen zestien moest duelleren. Als het daar fout gaat kun je niets meer corrigeren. Als je achteruit loopt moet je bovendien weer veel meters maken om bij de goal van de tegenstander te komen.


My way or the highway

Als trainer heb ik belangrijke ontwikkelingen doorgemaakt. Aanvankelijk coachte ik tijdens wedstrijden de volle 90 minuten! Was ik teveel als speler betrokken en daarom bleef ik aanwijzingen roepen. Het was bovendien my way or the highway. Dat heeft geen zin. De cursus heeft mij hierbij enorm geholpen met nieuwe inzichten. Zo heb ik geleerd om qua coaching te doseren. Soms is het beter te zwijgen, andere keren overleg je met spelers. Toch zijn er nog altijd momenten waarop je als coach moet staan voor je zaak. Dan is het alsnog my way or the highway. Dat heeft ook te maken met die duidelijkheid waar ik het eerder over had. Spelers hebben dat soms écht nodig.


Geen bazen (meer)

Trainers moet je sowieso regelmatig zelf de leiding nemen omdat teams tegenwoordig geen uitgesproken leiders hebben. Wat zijn eigenlijk voorbeelden van échte bazen in het veld? In het verleden hebben we op verschillende momenten gezien dat dit geen uitgemaakte zaak is. Een bekend voorbeeld is Gerald Vanenburg in zijn tijd bij PSV. Die werd tot de nieuwe leider gebombardeerd. Dat kwam helemaal niet uit de verf. Het werkte zelfs averechts. Het is al heel wat als een trainer een verlengstuk in het elftal heeft. Jongens die de gemaakte afspraken in het veld bewaken. Dan ben je als coach al een heel eind en kun je gemakkelijker leiding geven aan het elftal.

Hans Kraay Jr. vertelt, enthousiasmeert en overtuigt!

Hans Kraay Jr. vertelt, enthousiasmeert en overtuigt!

Co Adriaanse

Een trainer die wat dat betreft in mijn ogen uitstekend inspeelde op de kwaliteiten van het team is Co Adriaanse. Tijdens trainingen zat hij er altijd bovenop. Tijdens de wedstrijd bleef hij rustig en liet hij de zaken over aan het team. Wanneer er een of meerdere persoonlijkheden in het team zaten dan kon hij dat ook zo doen. Die vormden zijn verlengstuk. In tegenstelling tot wat de buitenwereld misschien denkt hoefde Adriaanse zich hiervoor niet weg te cijferen. Het zat in zijn aard als trainer. Wanneer het ontbrak aan sterke spelers dan wierp hij zich wél nadrukkelijk op als de leider. Dat deed hij dan om het team van dienst te zijn. Dat kenmerkt volgens mij de goede coach. Persoonlijk inspelen op de kwaliteiten van het team.


Gertjan Verbeek

Vroeger deden coaches alles alleen. Dat kan tegenwoordig niet meer. Het trainersvak is door de jaren heen uitgebreider geworden vanwege de nieuwe kennis en methoden. Dit geldt zowel voor een prof- als amateurtrainer. Een coach kan niet overal verstand van hebben. Toch ken ik coaches die graag zoveel mogelijk grip op het team houden. Gert-Jan Verbeek (tegenwoordig VFL Bochum, 2e Bundesliga) is een trainer die zoveel mogelijk in eigen hand wil houden. Hij heeft als uitgangspunt ‘de methode Verheijen’ voor de periodisering en conditionele opbouw en hij werkt dit programma zelf uit.

De krachttraining gebeurt ook onder zijn eigen supervisie en naar zijn inzicht. Hiervoor heeft hij zich in meerdere onderdelen gespecialiseerd. Spelers zelfvertrouwen geven beschouwt hij ook als zijn eigen verantwoordelijkheid. Toch staat Verbeek open voor een mental coach. Zolang het maar te maken heeft met de begeleiding van de speler bij de belemmeringen die hij ervaart om te kunnen presteren.


Hans Kraay Sr. en mental coaching

Er zijn genoeg spelers die te kampen hebben met prestatiedruk en spanning voor een wedstrijd. Hierdoor kunnen ze niet goed presteren. Wanneer een mental coach deze stress kan verminderen dan is dat in het belang van alle partijen. Mijn vader had een vergelijkbare houding ten opzichte van mental coaching als Verbeek. In zijn tijd was haptonoom Ted Troost betrokken bij het team. Mijn vader trok hierbij ook een duidelijke grens van wat er door de speler in vertrouwen besproken kon worden. Wel de randzaken, niet de voetbalinhoudelijke onderdelen. Eigenlijk best modern dus.


Hiddink-Van Gaal profiel

De meerwaarde van mentale training in het voetbal wordt steeds meer onderkend. Daarnaast zie je steeds meer andere specialisaties die een meerwaarde kunnen zijn voor het team. Hierdoor raken er dus ook steeds meer mensen betrokken bij een team. Tegelijkertijd wordt er sterk leiderschap van een trainer gevraagd. De moderne trainer is denk ik een combinatie van Guus Hiddink en Louis van Gaal. Kunnen delegeren aan anderen en om kunnen gaan met creatieve spelers zoals Hiddink dat kon in combinatie met het leiderschap en de discipline van Van Gaal.”


Over de situatie van het Nederlandse voetbal is Hans uitgesproken. Zowel ten aanzien van de Jupiler League als de manier waarop het Nederlands elftal functioneert heeft Hans concrete ideeën.

Competitievervalsing

“Ik vind het goed dat er een aanpassing komt aan het Nederlandse voetbalstelsel. Promotie en degradatie uit alle klassen, dus ook de Jupiler league, hoort erbij en dat is nu niet het geval. Waar ik geen fan van ben zijn de voorwaarden waaronder teams zoals Jong PSV en Jong Ajax nu meedoen in de Jupiler League . Het is zuivere competitievervalsing en belangenverstrengeling. Topploegen die strijden om promotie spelen tegen onvergelijkbare teams. De ene keer staan er veel eerste elftalspelers in en de wedstrijd erna zijn het overwegend jonkies. Dit is allemaal afhankelijk van de beslissingen van Frank de Boer en Philip Cocu. Dat vind ik niet juist.


De oplossing

De KNVB zou een restrictie voor de “Jong” teams (zoals Jong Ajax, Jong PSV) moeten opleggen. Zij mogen per wedstrijd maximaal 3 spelers van ouder dan 21 jaar opstellen. Op die manier verminder je de grote verschillen qua samenstelling van deze teams. Het is dan aan de hoofdcoach van die club om te bepalen welke spelers extra speelminuten nodig hebben. Dit zou dan ook moeten gelden voor de andere “Jong” teams (2e elftallen van profclubs) die de KNVB nu wil laten instromen in onder andere de tweede divisie.


Ouderwetse herstart

Bij Wales – Nederland werd de bal vanaf de aftrap meer dan een minuut achterin rondgespeeld. De verdedigers van Nederland kwamen om de beurt aan de bal en hadden niet eens de intentie een voorhoedespeler in te spelen. Spitsen willen hun loopacties wel maken. Die 15 meter explosief naar links of rechts bewegen om uit de dekking te komen maken ze wel. Dan moeten ze wel een keer ingespeeld worden. Als ze drie keer voor niets gelopen hebben omdat de bal niet naar voren wordt gespeeld dan begrijp ik wel dat ze hiermee stoppen. De oorzaak ligt volgens mij bij de staf. Die geven de verkeerde signalen af aan de spelers.


De eerste bal vooruit!

Om dit tegen te gaan moet een team vanaf het eerste fluitsignaal duidelijk maken wat de intenties zijn. Dan kom ik toch weer terug op wat ik eerder zij over de spelopvatting. Iedere bal strak inspelen en de oplossing vooruit zoeken. Zowel aanvallend als verdedigend. Dan is het ook meteen een stuk leuker om te doen en om naar te kijken!”