Tim Konings: van jeugdig talent naar topamateur en daarna het profvoetbal in


Tim Konings (30) voetbalde in de jeugdopleiding van PSV en speelde achtereenvolgens in het tweede elftal van Helmond Sport en bij de amateurs van SV Deurne, De Bataven en Achilles’29. Met die laatste club maakte hij uiteindelijk alsnog de stap naar het betaald voetbal.

Sinds dit seizoen is Konings niet meer actief als speler. Een slepende blessure en een druk zakelijk bestaan hebben hem doen besluiten om te stoppen. Koning, die een HBO sport diploma (ALO) op zak heeft, is project manager bij Innosportlab Sport en Beweeg! Dit is een organisatie die de ontwikkeling van innovatieve oplossingen voor de breedtesport stimuleert. In gesprek met Tim over zijn voetbalcarrière, mooiste voetbalervaring en over sportinnovatie.

Konings: “Ik speelde vanaf mijn tiende in de jeugdopleiding van PSV. Na zeven seizoenen maakte ik de overstap naar eerstedivisionist Helmond Sport (tweede elftal). Dat werd om verschillende redenen geen succes. Mijn overstap van Helmond Sport naar de amateurs van SV Deurne was een eyeopener. Ik had geen goed beeld van hoe het er aan toeging op amateurniveau. Profvoetballer worden was mijn droom en ambitie. Dat het bij Helmond Sport niet lukte was een enorme teleurstelling maar ik werd aangenaam verrast.

Bij SV Deurne kreeg ik weer plezier in het voetbal! Daarnaast was het sportief zeer succesvol. We werden onder trainer Bas Gösgens (tegenwoordig trainer van UDI’19) twee keer op rij kampioen! Eerst in de eerste klasse (seizoen 2006-2007) en het seizoen erna in de Hoofdklasse B (seizoen 2007-2008). Dat waren prestaties van formaat omdat we een groep met voornamelijk jonge spelers hadden. Na SV Deurne heb ik twee seizoenen bij De Bataven gespeeld. Vervolgens heb ik de overstap gemaakt naar Achilles’29. Aan deze periode bewaar ik de mooiste herinneringen.”

Tim Konings in actie voor Achilles'29. ©Achilles'29

Tim Konings in actie voor Achilles’29. ©Achilles’29.

Achilles’29 overwint alles

Met Achilles’29 maakte Konings de promotie mee vanuit de hoofdklasse naar de topklasse. Als kampioen in de topklasse van het seizoen 2012 – 2013 promoveert hij met de club uit Groesbeek naar de eerste divisie. Terug in het betaald voetbal dus.

“Mijn mooiste voetbalervaring is het behalen van het kampioenschap in de topklasse en het algeheel landskampioenschap bij de amateurs met Achilles’29 (seizoen 2012 – 2013). Als je een prijs wint is dat altijd geweldig. Deze titels zijn het hoogst haalbare in het amateurvoetbal.

Wat ik vooral bijzonder vond was de teamprestatie. We hadden een hecht collectief dat maar één doel voor ogen had: kampioen te worden. Het team was een uitstekende mix van spelers met kwaliteit (onder andere enkele ex-speler van NEC en Vitesse) en jongens die het vuile werk wilden opknappen. De karakters pasten goed bij elkaar.

Omschakelen

Met Achilles ben ik uiteindelijk toch in het betaald voetbal beland. Tijdens ons eerste seizoen in de eerste divisie werd snel duidelijk dat er toch belangrijke verschillen zijn tussen profs en topamateurs. Voetballend deden wij niet veel onder voor de meeste teams. We hadden als cupfighter in de jaren ervoor in het KNVB bekertoernooi al vaker gestunt tegen profclubs. Dat waren wedstrijden op zichzelf. In competitieverband met 38 wedstrijden spelen conditie en fysieke gesteldheid een doorslaggevende rol.

Met Achilles'29 in de Jupiler League. ©Omroep Gelderland.

Met Achilles’29 in de Jupiler League. ©Omroep Gelderland.

Voor ons spelers van Achilles’29 was het een flinke omschakeling. Onze spelers hadden een baan of studeerden. Voor spelers van de andere teams lagen de belangen toch vaak anders en zij waren gewend aan het ritme van (semi-)profvoetbal. Dit betekende dat de belastbaarheid van onze groep, zeker in de beginperiode, lager was in vergelijking met de andere teams. Zij hadden een sterkere conditionele en fysieke basis en dat maakt uiteindelijk het verschil op de ranglijst.”

Achilles’29 lijkt die achterstand langzamerhand in te lopen. In het eerste seizoen eindigde de club 20e (laatste plaats) en in het tweede seizoen 18e. In de lopende competitie staat Achilles’29 na twaalf wedstrijden op een 15e plaats.

Andere zaken dan voetbal

Na zijn vijfde seizoen bij Achilles besloot Konings afgelopen zomer om op 29-jarige leeftijd helemaal te stoppen met voetbal. Het is een bewuste keuze. Een slepende blessure aan het heupgewricht en een verschuivende focus naar zijn maatschappelijke carrière zijn de belangrijkste redenen.

Konings is betrokken bij het bedrijf YOU.FO. Dit is een nieuw sportspel. YOU.FO is gebaseerd op het gooien en vangen van een aerodynamische ring met een speciaal ontworpen stick over een afstand van 10 tot 30 meter. Meer info zie de website van you.fo

“Van jongs af aan heb ik te kampen met beperkte bewegingsvrijheid in de heupkom. Door slijtage aan het kraakbeen is de pijn de laatste jaren alleen maar toegenomen. Doorgaan met voetballen op eerste divisie-niveau betekent vrijwel zeker een kunstheup op jonge leeftijd. Dat wil ik niet. Bovendien heb ik het druk met mijn werk waaronder een eigen bedrijf.”

Sportinnovaties voor de breedtesport

In het dagelijkse bestaan is Konings projectleider bij Innosportlab Sport en Beweeg! Deze organisatie stimuleert en faciliteert de ontwikkeling van innovatieve oplossingen voor de recreatieve sport (“breedtesport”). Plezier in sporten staat hierbij voorop.

“Wij bieden met Innosportlab Sport en Beweeg! de faciliteiten voor het uittesten van de toepassingen in de vroege fase van de ontwikkeling. De ontwikkelingen worden onder andere gedaan op basis van co-creatie tussen de sport, het bedrijfsleven en kennisinstellingen. Dat betekent dat eindgebruikers van meet af aan betrokken wordt bij de ontwikkeling van de toepassingen.

Innosportlab Sport en Beweeg! is er voor innovaties op het gebied van duurzaam sporten. Een voorbeeld is de RunR. Dit is een combinatie van een schoenzool met een druksensor, een armband en een app die feedback en advies geven. Hiermee kan de sporter haar/zijn looptechniek en prestaties verbeteren en de kans op blessures verkleinen.

Innovatie: topsport versus breedtesport

Er zit een belangrijk verschil tussen innovaties voor de top- en de breedtesport. De topsport staat erom bekend dat er geïnnoveerd kan worden omdat hier de middelen voor beschikbaar zijn. Topsporters en coaches kunnen hun behoefte concreet formuleren. De breedtesport heeft vaak niet een uitgesproken behoefte maar maakt er dankbaar gebruik van als het er is. Een goed recept is meestal om innovaties uit de topsport te vereenvoudigen en aan te passen voor gebruik door de breedtesport.

Alledaagse beweging

Om beweging te stimuleren is het belangrijk dat de plannen en invulling van de ruimtelijke inrichting erin voorzien dat mensen bij alledaagse bezigheden bewegen. Op allerlei manier kunnen mensen worden uitgedaagd om naar buiten te gaan en daarnaast met hun werk bezig te zijn. Daarnaast is het belangrijk dat er voldoende mensen zijn die geschoold zijn in sport en bewegen. Zij kunnen organisaties en bedrijven helpen om voor hun werknemers een passende invulling te vinden om te bewegen.

Ook op wetenschappelijk niveau krijgt de breedtesport steeds meer aandacht. Sinds kort is Fontys lector Dr. Steven Vos (Sporthogeschool Eindhoven) part-time professor aan de Technische Universiteit Eindhoven in ‘Design & Analysis of Intelligent Systems for Leisure Time Sports & Vitality’. Hiermee wil Vos ongeoefende sporters slimme hulpmiddelen bieden om gezond en blijvend aan sport en bewegen te doen.

De moderne sportvereniging

Een andere belangrijke ontwikkeling is de verandering van de maatschappelijke functie van verenigingen. Er liggen allerlei kansen om naast het verzorgen van de primaire sportfunctie andere voorzieningen aan te bieden. Bijvoorbeeld buitenschoolse opvang waarbij er ook bewegingsactiviteiten worden ondernomen. Door mensen te betrekken bij de ontwikkeling van zulke vernieuwingen en te laten ervaren dat ze invloed hebben kan er veel bereikt worden om iedereen voldoende en op de juiste manier te laten bewegen. Het zit wat dat betreft vaak in kleine dingen. Dat is wat ik zelf zo mooi vind aan de breedtesport.”