FC Den Bosch-coach Wiljan Vloet: Cillessen scoorde beter


(tekst: theGreatMatch.com, met dank aan Marcel Koolen van QZNYWRLDTXTConceptie voor de revisie)

Wiljan Vloet (1962) heeft als coach een ruime ervaring in zowel het amateur- als profvoetbal. Daarnaast was hij jarenlang werkzaam bij een jongensinternaat dat minderjarige probleemjongeren helpt met onderwijs en hun opvoeding. Op basis van al die kennis en ervaring heeft hij een uitgesproken visie op talentontwikkeling ontwikkeld.

Wat was voor hem een geweldig voetbalmoment? Welke ontwikkeling heeft hij als trainer doorgemaakt en hoe heeft hij een oplossing ontwikkeld voor talentontwikkeling?

Yes!

Wiljan Vloet: “In mijn tweede wedstrijd als hoofdcoach van FC Den Bosch in het seizoen 2001/2002 speelden we uit tegen PSV. We kwamen na rust op een 2-1 voorsprong. Het publiek werd stil in het Philips stadion. Ik genoot van ons spel en ik keek naar onze reservebank waar veel jonge spelers zaten die onder de indruk waren van wat er in dat stadion gebeurde. Het was een kippenvelmoment. Ik dacht bij mijzelf: dit is wat ik wil, dit is mijn droom! Enerzijds vanwege het feit dat ik daar als jonge profcoach (ik was toen eind dertig) en anderzijds vanwege de mooie spelersgroep waarmee ik als coach kon werken. Uiteindelijk konden we de voorsprong niet vasthouden. PSV scoorde in het laatste deel van de wedstrijd nog twee keer en we verloren. Heel jammer natuurlijk. Maar toch, dit smaakte naar meer. Vandaar dat die herinnering nog goed in mijn geheugen zit.”

Wiljan Vloet

Wiljan Vloet denkt met plezier terug aan zijn tweede wedstrijd als profcoach van FC Den Bosch (uit tegen PSV)


Trainerscarrière

Hoewel Vloet al voor zijn veertigste profcoach was bij een eredivisieclub had hij al een flinke carrière als trainer opgebouwd.

“Ik begon mijn trainerscarrière al op jonge leeftijd. In 1979 trainde ik als CIOS-leerling de B-jeugd van sc Heerenveen. Op eenentwintigjarige leeftijd had ik het eerste elftal van SV Heusden onder mijn hoede. Medio jaren tachtig tot eind jaren was ik verantwoordelijk voor Internaat Vreekwijk in Deurne. Dit is een jongensinternaat dat minderjarige probleemjongeren helpt met onderwijs en hun opvoeding.

Als trainer van achtereenvolgens de amateurs van Dijka Steenwijk, JVC’31, Sparta’25 en OJC Rosmalen belandde ik eind jaren negentig in het profvoetbal. Van 1999 tot 2001 was ik eerst twee jaar hoofd opleidingen van FC Den Bosch. Daarna werd ik er hoofdtrainer. We speelden toen in de Eredivisie. Na één seizoen maakte ik de overstap naar Roda JC waar ik drie seizoenen als trainer was. Vervolgens werd ik coach van Sparta (twee seizoenen), ADO Den Haag (één seizoen) en NEC (twee seizoenen). Tussendoor was ik anderhalf jaar hoofd jeugdopleidingen bij PSV (2008-2009).”

Van 2011 tot april 2014 was Vloet algemeen en technisch directeur van Sparta. Zijn laatste functie als trainer was in 2014 toen hij enkele maanden werkzaam was bij het Griekse Niki Volou.


IJver en de continue verbetering als handelsmerk

Vloet heeft dus zowel ruime maatschappelijke als sportieve ervaring als manager. Hij staat algemeen bekend om zijn grote ijver. Zijn werkwijze binnen voetbalorganisaties is erop gericht om alle randvoorwaarden in te vullen die nodig zijn om topprestaties te kunnen leveren. Zo hield hij zich bij de amateurverenigingen altijd al met meer zaken bezig dan alleen het trainen van zijn team. Hij zette beleid op en bracht dit vervolgens in de praktijk. In zijn functies als hoofd jeugdopleidingen was dit zijn dagtaak. Bij de profclubs waar hij trainer was had Vloet ook altijd een bredere kijk dan alleen het organiseren van trainingen en coachen van wedstrijden van het eerste elftal.

“Als ik iets doe, dan ga ik er 100% voor. Bij de clubs waar ik heb gezeten werd wel vaker beweerd dat ik ’s ochtends het licht aandeed en ’s avonds als laatste weg was. Net zoals ik van mijn spelers en de organisatie verwacht dat zij aan hun verbeterpunten werken, geldt ook voor mij dat ik nooit tevreden kan zijn. Je zult continue moeten werken aan verbeteringen. Bovendien is het werk van trainer een ervaringsvak. Het staat niet in boeken beschreven. Je leert door de jaren heen van de fouten die je maakt.


Atletiektraining

Het is de taak van een coach om alle beschikbare middelen en kennis inzetten om de prestaties te bevorderen. Een voorbeeld hiervan is denk ik dat ik er als trainer bij de B-jeugd van sc Heerenveen een atletiektrainer bij het team haalde. Dit was het eerste team dat ik ooit trainde en in Heerenveen keken ze mij verbaasd aan. Ik zocht naar manieren om de motoriek van spelers die nog in een groeifase zaten te verbeteren. Loopoefeningen zijn daar een uitstekende manier voor. Daarbij komt dat een goede looptechniek en goede fysieke gesteldheid essentieel zijn in het voetbal. Het zorgt er dat een speler behendiger wordt tijdens het spel en het verkleint de kans op blessures.


Talentontwikkeling

In de eerste fase van mijn trainerscarrière werkte ik bij amateurclubs. Tegelijkertijd had ik mijn ervaringen met de jongeren van Vreekwijk die gedragsproblemen hadden. Ik had dus voortdurend te maken met het beïnvloeden van mensen om tot een betere situatie te komen. In die tijd hield ik voetbalinhoudelijk gezien voornamelijk bezig met het individueel beter maken van (jeugd)spelers. Ik maakte toen voor een amateurtrainer veel uren buiten de trainingen om. Ik wilde alles uit het team halen.


PC

Mijn ervaringen en trainingen registreerde ik toen op papier. Pas in 1993 kreeg ik de beschikking over een PC en kon ik al mijn trainingen en notities digitaal verwerken en gebruiken. Het betekende voor mij een enorme tijdsbesparing waardoor ik effectief gezien meer tijd overhield voor het echte trainerswerk. Daarnaast maakte al vroeg gebruik van videobeelden om voor- en nabesprekingen van wedstrijden. Daarmee kon ik heel specifiek aangeven waar het mis ging in wedstrijden. Dat was wellicht confronterend voor spelers, maar beelden liegen niet.”

Data analyse in het voetbal – In het hedendaagse profvoetbal wordt er steeds meer gebruik gemaakt van gegevensanalyse. Het grote publiek heeft enkele jaren geleden een indruk kunnen krijgen van de manier waarop Vloet in zijn functie als algemeen en technisch directeur het gebruik van statistieken heeft geïntroduceerd bij Sparta. De televisiereeks van RTL 7 SPARTA: Achter De Poorten Van Het Kasteel stond in het teken van het 125-jarig jubileum van De Kasteelheren zoals de bijnaam van de club luidt. De achtdelige serie is beschikbaar op youtube.com.

Vloet had de inspiratie voor zijn aanpak onder andere gehaald uit de film Moneyball (2011). In deze film is te zien hoe algemeen directeur Billy Beane (gespeeld door Brad Pitt) van de Oakland A’s een volledig datagedreven werkwijze implementeert. Hoewel de datagedreven aanpak Sparta in het jubileumjaar niet de gewenste promotie naar de eredivisie bracht is het wel een voorbeeld van een werkwijze die door steeds meer clubs wordt omarmd.

Van amateurclub naar profclub

Vloet heeft bij zichzelf een belangrijke ontwikkeling waargenomen als het gaat om zijn houding als trainer.

Vloet: “In de beginjaren dat ik als trainer bij de profs werkte ontdekte ik dat ik mijn visie op profspelers verder moest ontwikkelen. Ik kwam vanwege mijn werkervaring en de houding die ik daar had ontwikkeld, redelijk afstandelijk over. Vanwege hun profstatus ging ik er zakelijk mee om. Terwijl ook profs op hun manier persoonlijke aandacht nodig hebben. Dit is een andere vorm van aandacht dan bij kinderen met opvoedingsproblemen of amateurspelers maar het is net zo belangrijk.


Aandacht geven als trainer

In mijn laatste periode als trainer werd die afstand tot spelers kleiner doordat ik de belangrijke leermomenten op een persoonlijke manier onder de aandacht bracht. Dat wil overigens niet zeggen dat ik met iedere speler een even intensief contact had. Bij NEC bijvoorbeeld had ik snel door wie er aandacht nodig had en hoe die aandacht vervolgens het beste gegeven kon worden. Het daadwerkelijke gesprek met een speler deed ik soms zelf en in andere gevallen werd dat dan gedaan door één van mijn assistenten, Patrick Kluivert, Ron de Groot of Jack de Gier. Ik heb het gevoel dat ik vanwege al die ervaringen en mijn eigen ontwikkeling nu pas écht een goede trainer ben.


Een goede voorbereiding is dé basis voor succes

Een trainer legt de basis voor zijn succes bij een club in de maanden voordat hij officieel aan de slag gaat. Die periode is zo belangrijk. Je dient dan de zaken zoveel mogelijk naar jouw hand te zetten en je visie bij iedereen tussen de oren te krijgen. Zodra je eenmaal bent begonnen en je dagelijkse omgang hebt met spelers en de staf dan gaat het nieuwe en spannende er al snel vanaf. Als er dan bepaalde zaken nog niet duidelijk zijn is het vaak lastig om dit bij te sturen en weer naar je hand te zetten. Dan kunnen spelers er ook makkelijker een loopje mee nemen.”


Ontwikkelingsdoel versus prestatiedoel

Volgens Vloet is het belangrijk om onderscheid maken tussen ontwikkelingsdoelen en prestatiedoelen. Een coach dient dit ook als zodanig met zijn spelersgroep te bespreken.

Vloet: “Een ontwikkelingsdoel heeft iedere speler in belangrijke mate zelf in de hand. De aandacht moet volledig liggen op het ontwikkelen van kernkwaliteiten. Hierbij kan het gaan om (een combinatie van) een conditioneel, fysiek of technisch aspect dat trainbaar is en een meerwaarde biedt voor het spel. Ik ben namelijk van mening dat je zwakke punten alleen moet trainen als dit een directe meerwaarde heeft voor de wedstrijd.

Een speler is dus zelf verantwoordelijk voor het behalen van ontwikkelingsdoelen. De trainer kan deze ontwikkeling stimuleren en monitoren. Wanneer een speler zich aantoonbaar ontwikkelt en het ontwikkelingsdoel in lijn ligt met het prestatiedoel dan zal dat er meestal toe leiden dat een speler zich in het elftal speelt. Bij beide zaken is de trainer immers betrokken. Vervolgens dien je als coach de beslissingen die je op basis van zulke ontwikkelingen neemt goed te begeleiden.


Cillessen krijgt de voorkeur

Bijvoorbeeld wanneer je als coach de ene speler boven een andere speler verkiest. Bij NEC raakte mijn eerste doelman Gábor Babos op een bepaald moment geblesseerd. Ik bracht de jonge Jasper Cillessen als vervanger. Die verving hem uitstekend. Toen Babos weer inzetbaar was heb ik toch de voorkeur aan Cillessen gegeven. Hij had zich goed gemanifesteerd en razendsnel ontwikkeld. Cillessen scoorde beter dan Babos op de onderdelen die op dat moment van belang waren voor het team. Met name de rust die Cillessen bracht bij terugspeelballen.

We bleven daardoor aantoonbaar langer in balbezit en kwamen veel beter tot een aanvalsopbouw. De feiten spraken voor zich. Maar zo’n beslissing kan allerlei onrust in de groep veroorzaken doordat de gepasseerde speler het er niet mee eens is en dit laat blijken. Dan is het belangrijk de spelersgroep te wijzen op de meerwaarde van zo’n keuze voor de teamprestatie. Hiermee haal je de angel uit de discussie.”

De TalentTool applicatie helpt spelers bij hun ontwikkeling.

TalentTool

De ervaring en visie op talentherkenning en –ontwikkeling heeft Vloet met zijn bedrijf TalentTree vertaalt naar een tool, TalentTool. Met TalentTool wordt de informatie die een speler krijgt afgestemd op zijn/haar gedragskenmerken en voorkeuren.

Vloet: “Deze tool helpt om ontwikkelingsdoelen vast te leggen en de voortgang hiervan te monitoren. Hiermee hebben coaches en spelers objectieve informatie die ze met elkaar kunnen bespreken. De speler is de eigenaar en beheerder van zijn eigen portfolio. De coach krijgt hiermee beter inzicht in de belevingswereld van zijn spelers.

Dus naast de feitelijke gegevens kan hij ook de emotionele kant van de spelersontwikkeling goed volgen. Ontwikkelen gaat immers gepaard met fouten. Met vallen en opstaan. Een goede coach speelt daar op de juiste manier op in en houdt rekening met de verschillende karaktereigenschappen van zijn spelers. De één een aai over de bol, de ander een figuurlijke trap onder zijn kont.”